In navolging op ons stedenbouwkundige onderzoek naar de jaren ’70 Beijum in Groningen zijn wij gevraagd om de conclusies en aanbevelingen uit te werken tot een leidraad voor de openbare ruimte.

De bloemkoolwijk Beijum die grotendeels uit eind jaren ’70 stamt, kent een indeling in zogeheten ‘heerden’. Deze heerden vormen de afzonderlijke woonbuurten van de wijk, binnen een raamwerk van groen. De uitstraling en beleving van deze buurten staat onder druk. Veel heerden zijn aan het verrommelen door een sleetse openbare ruimte met overwoekerend groen en wortelopdruk en de dominantie van de auto die openbare ruimte claimt. Maar ook speelt er voor- en achterkantproblematiek vanuit het oorspronkelijke ontwerp, de staat van de voor- en achtertuinen en later toegevoegde erfafscheidingen: verschutting. Beide zijn van invloed op de ervaren sociale veiligheid van diverse plekken.

Diverse typen heerden

De diversiteit aan – en eigenheid van de verschillende heerden is kenmerkend voor de wijk, zo blijkt uit het stedenbouwkundig onderzoek dat wij eerder hebben uitgevoerd. Er is sprake van verschillende typologieën aan heerden: shared space woonerven, autovrije woonstraatjes, woonerven met traditioneel stoep- en straatprofiel met daarbinnen meerdere varianten. Op dit buurtniveau ligt er een kans om door het versterken van de eigenheid de wijk als geheel in de beleving aantrekkelijker te maken: ‘identiteit door diversiteit’.

Versterken van identiteit per heerd

De typologieën van de heerden zijn voor de gemeente een goed vertrekpunt om een leidraad op te (laten) stellen voor de aanpak van de heerden. Het eerdere onderzoek heeft een overzicht gegeven van deze typologieën. De gemeente heeft nu behoefte aan een dieper inzicht in de typische kenmerken en positieve/negatieve eigenschappen van de verschillende typologieën. Hoe kan in de aanpak van de heerden de diversiteit – ten minste – behouden blijven of juist versterkt worden? Hoe kan eer worden gedaan aan de oorspronkelijke ontwerpuitgangspunten van Beijum die tot deze veelvormigheid en diversiteit hebben geleid?

Dit leidt vanzelfsprekend tot een gedifferentieerde aanpak: wat voor de aanpak van de ene heerd geldt, geldt niet voor de andere. Toch kan er per typologie wel sprake zijn van een passende bandbreedte van specifieke ingrepen die zowel onderscheidend werken, maar tegelijkertijd ook de eenheid van Beijum borgen. De leidraad dient als instrument om hierover duidelijke uitspraken te doen en d.m.v. analyse te laten zien waarop deze keuzes zijn gebaseerd. Als onderdeel hiervan geeft een folder ‘recepten’ en bouwstenen weer, ter inspiratie. Dit kan zowel generiek zijn voor geheel Beijum met maatregelen die voor alle heerden passend zouden zijn, maar vooral specifiek per heerd-typologie. Ook geeft het zowel generiek voor Beijum (bijv. op het gebied van klimaatadaptatie) als specifiek per heerd-typologie duidelijkheid over zaken die vermeden moeten worden.

Categorieën: Nieuws